Vrouwenbond

Gereformeerde Gemeenten

Jaarvergadering 2016

Op de school van vrije genade

Een onwillige en een gewilige leerling

Een weggelopen Jona en Sara Nevius. Wat hebben zij met elkaar te maken? Dat hebben we overdacht op onze Jaarvergadering, die op 27 september te Geldermalsen gehouden werd. Die dag waren er vertegenwoordigers van 86 vrouwenerenigingen aanwezig. We mogen terugzien op een mooie, leerzame dag. 

Het openingswoord door ds. A. Verschuure bepaalt ons bij Jona. Hij is op een schip en vlucht weg voor het aangezicht van de Heere. Terwijl de storm loeit en de scheepslieden er alles aan doen om het schip te behouden, slaapt hij. Dit is een beeld van de mens in zijn doodstaat. Als Jona door de opperschipper wakker geschud wordt en hem toeroept tot zijn God te bidden, komt er geen woord over zijn lippen. Jona zwijgt. Hij wordt geen schuldenaar. Hoe is dat met ons? Als God ons niet op onze plaats zet, vechten we ons dood.

Een sprekende Jona

Maar dan het wonder. Als men het lot werpt, valt het op Jona. De zeelieden willen alles van hem weten: Wat zijn werk is, waar hij vandaan komt, wat zijn land en volk is. Nu gaat Jona wel spreken. Hij zegt drie dingen: Ik ben een Hebreeër, ik vrees de HEERE en ik dien de God des hemels Die de zee en het droge gemaakt heeft. Door God op zijn plek gebracht kan Jona niet meer zwijgen. Hoe is dat met u? Mag u ook spreken nadat God u op uw plek gezet hebt? Misschien verkeert u wel in de storm van het leven en kunt u toch niet meer zwijgen? Dan wordt het waar wat we samen gezongen hebben: Heer’, open Gij mijn lippen door Uw kracht, zo zal mijn mond Uw lof gestaag vermelden.

Een getuigende Jona

Ik ben een Hebreeër. Het betekent zoveel als: van de overzijde, de andere kant, die hier niet thuis is. Ten diepste is Jona een vreemdeling. De ware Israëliet is op deze aarde maar op doorreis. Jona staat hier als schuldige en kan niet boven de zeelieden uitkomen. Hij is niet beter dan hen. Hij zegt nog meer: Ik vrees de HEERE. Het gaat hier om de God van het Verbond. Als is Jona ontrouw, God is getrouw! Jona spreekt hier van een hartelijke, kinderlijke liefde tot God, Die hem eerst heeft liefgehad. Er staat meerdere keren in het hoofdstuk, dat Jona vliedt van voor het aangezicht des Heeren. Maar er staat ook dat God opstaat (vers 4). In de ogen van de opperschipper heeft hij het beeld gezien van een vertoornd God. Wat wordt het dan een wonder dat God hem op zijn plaats zet en niet om laat komen in de kolkende zee. Bent u ook zo’n wegloper? Van nature zijn we dat allemaal. Wat is het dan een wonder dat God u, uit genade, op u plek gezet heeft.

Een belijdende Jona

Als laatste gaat hij groot van zijn God spreken. Ik vrees de God des hemels, Die de zee en het droge gemaakt heeft. De zeelieden hebben ook tot hun goden geroepen maar dat heeft niet geholpen. Jona gaat zijn Koning aanprijzen. Die God, Die voor deze kolkende zee gezorgd heeft, maar ook het droge, veilige land gemaakt heeft. Voor de Heere is het een wenk van Zijn alvermogen om de storm te doen bedaren en de rust te doen weerkeren. Ervaart u ook de storm in uw leven? God is het Die de storm kan stillen. Dient u die God al? De meerdere van Jona is ondergegaan in de kolkende toorn van Gods recht, om de rust aan te brengen voor al die weglopers die op hun plaats gebracht zijn. Hij brengt zijn Kerk in de ware rust.

 

Het huishoudelijke deel

Met elkaar bespreken we de jaarverslagen. Het is fijn om de verenigingen inzicht te geven in allerlei zaken waarmee de Bond te maken heeft. Zo hebben we commissies en fondsen waarin heel wat vrijwilligers werkzaam zijn. Ook de financiën passeren de revue. De grootste kostenpost is de vakantieweken voor mensen met een beperking. We zien met elkaar dat de vakantieweken alle bijdragen in de vorm van giften en collectes hard nodig hebben. Jaar op jaar vindt er een stijging plaats van de huur van de (aangepaste) vakantieoorden.

De bestuursverkiezing verloopt deze keer via enkelvoudige voordracht. Dat wil zeggen dat er geen tegenkandidaten zijn, omdat alle aftredende bestuursleden zich weer herkiesbaar stellen. Het stemt dan ook tot dankbaarheid als blijkt dat allen unaniem herkozen zijn. De voorzitter bedankt de aanwezigen hartelijk voor het vertrouwen dat uit deze stemming blijkt. Met Gods hulp proberen we als bestuur de verenigingen te dienen en te ondersteunen daar waar het nodig is.

We besluiten deze morgenbijeenkomst met het zingen van Psalm 119: 3 en 67.

 

Verborgen omgang

Het leven van Sara Nevius

In de middagvergadering houdt drs. P.A. Zevenbergen een referaat over het leven van Sara Nevius. Een vrouw die begeerde om geleerd te worden door de Heere Zelf. Het onderwijs dat ze mocht ontvangen, hield ze voor zichzelf, maar stelde het wel op schrift. Na haar dood heeft haar man deze meditaties uitgegeven.

Wie is Sara? Haar ouders zijn de predikant Johannes Nevius en Maria Becks. Beiden kwamen uit Duitsland. In het begin van de 17e eeuw brak er een geloofsvervolging uit en zijn ze in Nederland terechtgekomen. In de pastorie te Zoelen zijn vijf kinderen geboren waarvan Sara de enige dochter is. In 1634 vertrekt het gezin naar Venlo. Dominee Nevius preekt afscheid uit Hand 20: 22-24. Dat waren bijna profetische woorden. Want na enkele maanden in Venlo is hij door de pest om het leven gekomen. Het gezin Nevius vertrekt naar de familie van Sara’s moeder in Kampen omdat er in Venlo een geloofsvervolging uitbreekt.

Sara is een begaafd meisje. Ze woont een poosje in een meisjespensionaat. Op de zogenaamde Franse school leert ze lezen, schrijven, naaien, breien, muziek maken op de cimbaal, enzovoorts. Dit heeft allemaal te maken met de voorname familie waartoe ze behoorde. Na een periode in Amsterdam gewoond te hebben, keert ze terug naar Kampen en enige tijd later komt ze in Benthuizen terecht.

Sara is al vroeg volwassen. Op 17-jarige leeftijd trouwt ze voor de eerste keer. Haar man is predikant te Benthuizen. Uit dit huwelijk worden twee kinderen geboren die maar heel kort leven. Kort na het overlijden van haar tweede kindje moet Sara ook haar man afstaan aan de dood. Ze is dan 20 jaar! Na dit overlijden keert ze weer terug naar haar familie in Kampen en woont daar enkele jaren.

 

Wilhelmus à Brakel

In Utrecht komt Sara in contact met Anna Maria van Schuurman. Van haar leert Sara de dichtkunst. Er was ook een vrouwenbeweging waarvan Sara deel uitmaakte. Geregeld zijn er predikanten die deze vrouwen onderwijzen. Het is een zeer geestelijk gezelschap. Via dit gezelschap komt Sara in aanraking met Theodorus à Brakel, de vader van Wilhelmus à Brakel die in Exmorra predikant was. Theodorus wijst zijn zoon op Sara Nevius. Hij vindt haar de juiste vrouw zijn zoon Wilhelmus. En zo komt het dat Sara Nevius met Wilhelmus à Brakel in het huwelijk treedt. Uiteindelijk komen ze in de gemeente te Rotterdam terecht. Sara ontwikkelt zich als een zeer goede predikantsvrouw. Uit dit huwelijk worden vijf kinderen geboren. Vier ervan moet het echtpaar aan de dood afstaan. Alleen de een na oudste dochter Sullamith (naar de bruid in het Hooglied genoemd) blijft in leven. Wat moet dat voor Sara geweest zijn: zes kinderen en een echtgenoot zijn door de dood van haar zijde weggenomen. Sullamith trouwt later ook met een predikant. Deze heeft in Alblasserdam gestaan. Wilhelmus en Sara zijn daar ook diverse malen geweest om de doopplechtigheid van kleinkinderen bij te wonen.

Geestelijke nood

Van haar jonge jeugd af mag Sara de Heere vrezen. Ze loopt echter met grote zielenraadsels. Als zij met haar man in Harlingen woont, staat daar in de buurt de predikant: Hermanus Witsius. In haar nood gaat zij naar deze predikant om raad te vragen. Hij zegt: “Waarom vraagt gij mij? Vraagt het den Heere Jezus”. Zo wordt ze een aandachtige leerling van de Heere Jezus. Alle lessen die ze leert, vertrouwt ze in de vorm van meditaties aan het papier toe. Ze acht de mensen zeer gelukkig, die van de Heere Jezus door het werk van de Heilige Geest, zonder de hulp van mensen, geleerd worden. Zo wil ze ook alleen door Hem geleerd worden, want Zijn woorden zijn waarheid, leven en kracht. Alle aardse leermeesters vallen daarbij in het niet. Het doel van haar meditaties omschrijft ze als volgt: “(…) om mijn liefde tot Hem op te wekken, en het verlangen van mijn hart naar Hem gaande te maken, het is namelijk mijn wens, dat al mijn krachten mogen samenspannen om het overgrote geluk, dat ik zelf bij de Heere Jezus naar school mag gaan, met alle ernst en onvermoeide vlijt te onderzoeken”. Sara spreekt in haar meditaties als in een dialoog: het lichaam spreekt haar ziel aan en haar ziel het lichaam. Zelfs spreekt ze nog een keer haar pen aan.

Wanneer stelt ze dit alles op schrift? Dat doet ze In de morgenuren voordat haar huisgezin wakker wordt. Dat is soms al om vier of vijf uur, nog voordat het licht is. Ze schrijft zo vroeg om niet door allerlei beslommeringen afgeleid te worden. Sara onderscheidt verstandelijke kennis en geestelijke kennis. Alles wat zij met het verstand weet en gehoord heeft, ziet ze nu door het heldere licht van de Geest in haar innerlijk.

Ze heeft zo’n teer en nauwgezet geestelijk leven, dat ze nauwelijks durft op te staan of de deur uit te gaan, omdat ze dan bang was dat ze de gemeenschap met Christus moet missen door alles wat ze om zich heen ziet en hoort. In haar tere leven vast Sara menigmaal en ontvangt veel geestelijke oefeningen.

De meditaties schrijft ze vooral voor haarzelf. Niemand weet namelijk, dat zij dit alles opschrijft, behalve een vriendin in Rotterdam. Sara laat aan haar weleens wat lezen. Na het overlijden van Sara komt deze vriendin aan Wilhelmus vragen of ze Sara’s handschrift nog eens lezen mag. Wilhelmus weet hier echter niets van. Hij gaat op zoek, en vindt de meditaties van zijn vrouw. Kortgeleden zijn deze meditaties opnieuw uitgegeven (zie Lectuurfonds. Het is zeer de moeite waard om dit boek te lezen. Er liggen veel lessen in hetgeen deze aandachtige leerling  van de Heere Jezus opgeschreven heeft. De grote vraag die tot ons komt is: Mogen wij al zo’n aandachtige leerling op de school van vrije genade zijn?

J.A. de Jonge-Wiskerke

Hier volgt een terugblik in foto's.