Vrouwenbond

Gereformeerde Gemeenten

Foto's Jaarvergadering 22 september 2015

Onder de tekst vindt u foto's van onze Jaarvergadering. Klik op de foto voor een vergroting.

 

Ds. A. Verschuure opent de vergadering. Hij spreekt over Genesis 47 vers 1-10. Jakob moet voor de farao verschijnen. Deze stelt hem de vraag hoe oud hij is. Daar zit de wereldse gedachte achter, dat een hoge ouderdom en rijk zijn de belangrijkste dingen in het leven zijn. Jakob getuigt echter: 'Kwaad zijn de dagen der jaren mijns levens geweest'. Wat een zonden en verdriet liggen achter hem. Maar er ligt ook iets in het verschiet als hij spreekt over vreemdelingschap. Jakob verwacht het niet meer van het aardse. Door genade mag hij een rijk vooruizicht hebben: 'Op Uw zaligheid wacht ik, HEERE!"

In de morgenvergadering krijgen alle jaarverslagen de aandacht, worden enkele bestuursleden herkozen en worden de statuten in stemming gebracht. Er zijn voldoende verenigingen aanwezig. De statuten worden met 109 stemmen voor en één stem tegen aangenomen.

Nu volgt het afscheid van mevr. A. van Wolfswinkel. Door ds. Verschuure en mevr. Teerds wordt ze hartelijk toegesproken. De zilveren bondsspeld wordt opgespeld. Mevr. Van Wolfswinkel ontvangt een envelop met inhoud en een prachtig boeket bloemen. Er is ook een bijzonder koffertje voor haar. Dat lijkt sprekend op het koffertje met de miljoenennota... Er zitten enkele herinneringsalbums in, o.a. gevuld met door verenigingen gemaakte A4tjes.

Evangelist A. van Setten spreekt 's middags over 'Getuigen dichtbij'. Waarom is het zo moeilijk om over de dingen van de Heere te spreken met mensen die dicht om ons heen staan? Dat is de vraag die tijdens de middagvergadering centraal staat. Evangelist A. van Setten behandelt deze vraag naar aanleiding van het Bijbelgedeelte 1 Petrus 3: 15. In de verzen daarvoor wijst Petrus erop, dat diegenen die Christus willen volgen verdrukking zullen kennen. Bij getuigen hoort verdrukking en lijden. Als het in het hart goed en recht voor God ligt, hoeft er geen angst voor verdrukking en lijden te zijn. Is ons leven gericht op Zijn eer? Onderwerpen we ons aan Zijn wijsheid, volgen we Hem zoals hij ons heeft geschapen? Het tweede is dat we altijd rekenschap moeten geven, van Wie God is voor iemand die Hem iedere dag verlaat.

Zijn we altijd bereid om goed van Hem te spreken? Misschien weten we niet hoe we moeten spreken of hebben we te weinig Bijbelkennis of geen vrijmoedigheid. Of… hebben we ook niets te vertellen? Leven we alleen keurig maar kunnen we niet getuigen van Gods werk in ons hart? De grote vraag is: Bent u een kind van God? Is het Evangelie voor u een blijde boodschap? Het antwoord op die vragen is beslissend voor  ons spreken over God . Ook ons Godsbeeld is belangrijk in het getuigen. Mogen we door genade vraag en antwoord één van de Catechismus nazeggen?

De wereld haat degenen die van Hem zijn. De duivel is altijd bezig om Gods werk te verstoren. Is schaamte misschien een hindernis? Als men ziet op wat het Hem gekost heeft om voor de zonden van Zijn volk te lijden en te sterven, mag en kan Gods Kerk dan zwijgen? Matthew Henry zegt over vers 15: “Hoop en geloof van een christen zijn te verdedigen jegens iedereen op de gehele wereld. Elke christen is verplicht antwoorden te geven betreffende zijn geloof en haar te verdedigen. Christenen moeten argumenten en redenen bij de hand hebben voor hun christen-zijn, zodat het duidelijk wordt dat het geen bevlieging of een fabeltje is. Deze belijdenissen van ons geloof moeten worden afgelegd met zachtmoedigheid en vreze. Bij het woordje vreze geeft de kanttekening aan: Dat is met zorgvuldige voorzichtigheid, opdat u niets ontvalle dat Gods gemeente of het Evangelie zou nadelig zijn.

We kunnen de ander niet overtuigen, want dat is het werk van de Heilige Geest. Belangrijk in het spreken met de ander is: Gods Woord nazeggen, het Woord laten spreken. Hét ideale gesprek bestaat niet maar de Heilige Geest kan de gesprekken wel gebruiken om de ander van de waarheid te overtuigen. De Bijbel geeft genoeg voorbeelden om met anderen te spreken. Het dienstmeisje van Naäman was bewogen met het lot van haar meester. Paulus ging mee in gesprek over de alledaagse dingen waar men zo druk mee was. Ga naast de ander staan en toon belangstelling voor hem of haar. Het is wel belangrijk dat je weet wat je zegt. Hulpmiddelen hierbij zijn de Catechismus, de Nederlandse Geloofsbelijdenis en de Dordtse Leerregels. Die zijn heel actueel en staan vol met verwijsteksten. Bedenk dat ons geloof een geloofsleer is, die je niet hoeft te bewijzen. De werking van de Heilige Geest is in het getuige zijn onmisbaar. Hoe nodig is het gebed of de Heere de juiste tijd en gelegenheid wil geven om te spreken. De vraag komt tot ons: Zijn wij een dode of een levende wegwijzer?