Vrouwenbond

Gereformeerde Gemeenten

Comité Vrouwenbonden op Gereformeerde Grondslag

Samen met de Hervormde Vrouwenbond, de Hersteld Hervormde Vrouwenbond en de Vrouwenbond van de Christelijke Gereformeerde kerken houden we ons op de hoogte van allerlei maatschappelijke en politieke ontwikkelingen die de vrouw en het gezin aangaan.

Vanuit ons bestuur hebben zitting:

- mevr. M. de Zwart-Buijs

- mevr. J.A.. de Jonge-Wiskerke

- mevr. M.A. Heikoop-Gorter

 

Het Comité Vrouwenbonden vertegenwoordigt ca. 16.500 vrouwen. Het doel van het comité is zich op de hoogte te houden van allerlei maatschappelijke en politieke ontwikkelingen die de vrouw en het gezin aangaan. Dat gebeurt door middel van gesprekken met twee Kamerleden van de kleine christelijke partijen CU en SGP.

 

Op een vrijdag in maart komen we in het Hervormd Bondsbureau in Nijkerk bijeen. 

 

Overleg_Kamerleden_2_-_1_maart_2013_Small  Overleg_Kamerleden_-_1_maart_2013_Small

 

Soms wordt door een deel van het comité hoorzittingen in Den Haag bijgewoond. Ook komt het voor, dat actie wordt ondernomen door middel van het schrijven van brieven aan Kamerleden, aan het Kabinet, aan Z.M. Koning Willem-Alexander of anderszins. 

 

Het comité is vertegenwoordigd in het Platform Waarden en Normen en het Platform Zorg voor Leven.

 

Regelmatig is in 'Tabitha' iets over het comité te lezen.

 

--------

 

De geschiedenis van het Comité Vrouwenbonden op Gereformeerde Grondslag

 

Sinds de jaren zestig van de twintigste eeuw is er een ontwikkeling in onze samenleving gaande van een steeds meer loslaten van Gods heilzame geboden.

Deze verontrustende gang van zaken gaf zorg bij de leden van de Bond van Hervormde Vrouwenverenigingen op Gereformeerde Grondslag, de Bond van Vrouwenverenigingen der Gereformeerde Gemeenten en de Bond van Christelijke Gereformeerde Vrouwenverenigingen.

Deze gemeenschappelijke verontrusting bracht de besturen van de Bonden in gesprek.

 

Directe aanleiding tot het eerste contact was de behandeling van het initiatief wetsontwerp inzake abortus in de Eerste Kamer op 14 december 1976. Het betreffende wetsontwerp werd -tegen de  algemene verwachting in - met steun van het CDA door de Eerste Kamer verworpen.

In de Julianahal van de Jaarbeurs te Utrecht werd op 11 december 1976 een samenkomst tot bezinning en gebed belegd.  

 

Ontstaan

Contacten over en weer bestonden al tussen de Bonden. Twee Bonden (de Bond van Hervormde Vrouwenverenigingen op Gereformeerde Grondslag en de Bond van  Vrouwenverenigingen der Gereformeerde Gemeenten) organiseerden vakantieweken voor gehandicapten. De vereniging Gehandicaptenzorg  nodigde besturen uit voor gesprek in verband met de veranderende levensstijl in de tehuizen voor gehandicapten. Een schrijven ging uit om aan te dringen op het bewaren van het christelijk karakter van deze tehuizen.

 

Vanuit deze contacten ontstond ook de Vereniging voor verpleegkundigen en werkers in de gezondheidszorg ‘het Richtsnoer’ in  november 1978.

De werkgroep Gezondheidszorg binnen de Gereformeerde Gezindte uit de twee bovengenoemde Bonden was bij deze oprichting betrokken. De werkgroep bleef bestaan. Later woonde ook een afgevaardigde vanuit de Bond van Christelijke Gereformeerde Vrouwenverenigingen de vergaderingen van deze werkgroep bij. De groep werd toen werkgroep gezondheidszorg Vrouwenbonden binnen de Gereformeerde Gezindte genoemd.

Het GPZ (‘de Fontein’ in Bosch en Duin) ontstond vanuit contacten tussen de Gereformeerde  kerken Vrijgemaakt en de Gereformeerde  Gemeenten.

Ook het verpleeghuis ‘Salem’ in Ridderkerk dankt mede door het initiatief van de werkgroep

haar ontstaan.

 

Voor de werkgroep werd in 1983 een identiteitsnota geschreven, om ooit tot een overkoepelend orgaan in de gezondheidszorg in de Gereformeerde Gezindte te komen. Later werd de werkgroep ontBonden. Indien noodzakelijk zou opnieuw een vergadering worden uitgeschreven.

 

Aanleiding tot oprichting

Sinds 22 februari 1979 bestaat het Comité Vrouwenbonden op Gereformeerde Grondslag. Op die datum is het Comité opgericht.

Directe aanleiding was het op 15 februari 1979  ingediende wetsontwerp over abortus provocatus.

In 1980 werd het ontwerp Wet Afbreking Zwangerschap door de VVD en het CDA ingediend. Dit wetsontwerp werd aangenomen, ook door de Eerste Kamer. Het Comité Vrouwenbonden liet haar eerste schrijven uitgaan naar alle kerken van de betreffende kerkverbanden met een oproep tot voorbede en schriftelijke reactie naar de regering.

De grondslag van het Comité is dezelfde als de drie samenwerkende Bonden elk in hun eigen statuten onderschrijven, namelijk de Bijbel als het onfeilbaar Woord van God en de drie formulieren van Enigheid daarop gegrond.

Het doel is kennisnemen van en zich beraden op verontrustende ontwikkelingen in de maatschappij en wettelijke regelingen, die in strijd zijn met Gods Woord en Wet, om daarop zo mogelijk gezamenlijk te reageren. Het gaat daarbij vooral ook om zaken die betrekking hebben op de positie van de vrouw en het gezin, alsmede om ontwikkelingen op medisch en ethisch gebied.

Een van de doelen is ook om de bij de Bonden aangesloten verenigingen over genoemde ontwikkelingen te informeren.

Onderwerpen die ter sprake kwamen tijdens het halfjaarlijks overleg in de beginperiode zijn o.a.: invoering van de abortuswetgeving; ontwikkeling betreffende euthanasie; voorontwerp Wet Gelijke Behandeling; gezondheidszorg; drugsbeleid; bijstandsmoeders; verhouding overheid en kerk. Onderwerpen uit latere tijd zijn o.a. betere thuiszorg en palliatieve zorg; alcoholverslaving; maatschappelijke stage voor jongeren; alternatieven voor abortus; medische biotechnologie; islamisering van de samenleving; orgaandonatie.

 

Het Comité bestaat uit negen leden. Uit elke bond hebben behalve de presidente nog twee andere bestuursleden zitting.

 

Het Comité en het gesprek met de Kamerleden

Besprekingen met de Kamerleden van de GPV, de RPF en de SGP zijn er sinds 1982. (Vanaf de 90er jaren van de vorige eeuw is het zowel een Kamerlid van de SGP, als een Kamerlid van de ChristenUnie die bij toerbeurt het gesprek leidt.)

Directe aanleiding tot het gesprek was een confrontatie tijdens een uitgebreide commissievergadering van Emancipatiezaken tussen de kleine christelijke partijen en staatssecretaris voor Emancipatie mw. Drs. H. d’Ancona. Ze wilde wel eens kennismaken met vrouwen die het als hun taak zagen vrouw en moeder in het gezin te zijn.

Zij sprak hierover met bovengenoemde Kamerleden. Op hun beurt zochten die Kamerleden contact met het Comité Vrouwenbonden om dit verzoek te realiseren.

Uit deze eerste ontmoeting met de Kamerleden is het halfjaarlijks overleg voortgekomen..

De Kamerleden geven signalen (bijv. om een hoorzitting bij te wonen) en adviezen als er gereageerd mag en kan worden op ingediende wetsontwerpen en nota’s van de regering. Ook geven zij informatie over ontwikkelingen die in strijd zijn met de Bijbel.

Een eerste schrijven van het Comité ging naar de kerkenraden van de kerken van de aangesloten Bonden. Hierin werd gevraagd de ontwikkelingen rond de abortuswetgeving nauwlettend te volgen en deze zaak van leven en dood van ongeboren kinderen in de voorbede van de gemeente te gedenken.

Op een hoorzitting van de Eerste Kamer over de Wet Afbreking Zwangerschap werden de drie Bonden afzonderlijk gehoord om hun bezwaren kenbaar te maken. Ook bij een hoorzitting over de mening van de samenleving met betrekking tot het toepassen van euthanasie hebben de Bonden hun standpunt naar voren gebracht.

Verschillende keren zijn gebedsbijeenkomsten gehouden waarin gezamenlijk schuld voor de Heere werd beleden en de nood van land en volk voor Gods genadetroon gebracht.

 

Later werd de groep vrouwen die met de Kamerleden spraken uitgebreid met bestuursleden van de Christenvrouw, de werkgroep Emancipatie van het GPV en in 1994 ook met vertegenwoordigsters van de Bond van Verenigingen van Gereformeerde Vrouwen (vrijgemaakt), de latere Bijbelstudiebond.

 

Verschillende bestuursleden uit de genoemde Vrouwenbonden hebben in de loop van de jaren

zitting gehad in het Comité.

 

Het Comité Vrouwenbonden maakt vanaf 2002 deel uit van zowel het Platform Zorg voor Leven als het Platform Waarden en Normen. Er werd op 10 april 2001 een stille tocht in Den Haag georganiseerd in verband met  de Euthanasiewetgeving. In september 2003 werd er een debat gehouden over Waarden en Normen in onze samenleving. Premier Balkenende was hier een van de sprekers. In 2006 werd aandacht gevraagd voor ‘de vrijheid van meningsuiting’ en in 2007 voor ‘Religie in de samenleving, een botsing van ideologieën’.

Door de vele werkzaamheden van de Kamerleden is het halfjaarlijks gesprek sinds 2004 een jaarlijks gesprek geworden.  Het is mogelijk dat tussentijds contact opgenomen wordt door de secretaresse van het Comité als zich omstandigheden voordoen waarop gereageerd kan worden. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan een schrijven aan de Iglo-Moragroep in verband met namen van zonden op ijsjes; aan de regering inzake het openstellen van winkels op zondag; aan de leden van het kabinet bij een nieuwe regeringsformatie.

 

De notuliste van het gesprek met de Kamerleden  heeft toestemming gekregen de websites van de partijen te raadplegen om informatie door te geven aan de vrouwenorganisaties. Deze informatie kan verder verspreid worden in de contactorganen van de Vrouwenbonden.

 

Het Comité en meeleven met de verdrukte kerk

In de diverse contacten en ontmoetingen met vervolgde christenen heeft eerst Stichting Friedensstimme en later ook Hulp Vervolgd Christendom bemiddeld.

Bijna vanaf het begin van haar ontstaan heeft het Comité Vrouwenbonden meegeleefd met de verdrukte kerk in Rusland door contacten met de Verwantenraad. Deze raad bestond uit vrouwen die bijna allen echtgenote of familie waren van mannen die om hun geloof in gevangenschap moesten verblijven.

Stichting Friedensstimme nodigde Lydia Vins uit naar Nederland te komen. Het Comité sprak met haar in 1980 en in 1983.

De vrouwenverenigingen startten vanuit het CVGG in 1987 een actie voor Serafima Joedintseva in de vorm van het schrijven van brieven en verzoekschriften naar de regering van Rusland om intrekking van het arrestatiebevel. Zij bezocht in 1991 Nederland en ontmoette het voltallige Comité.

Vanuit het Comité werd tweemaal een bezoek aan Rusland gebracht.

Later volgde een actie voor Nadezjda om haar grond terug te krijgen.

De laatste actie die gehouden werd was een schrijfactie om aan diverse autoriteiten in Turkmenistan te verzoeken om hereniging met hun gezinnen voor de vaders van twee gezinnen, die beide ook voorganger in een gemeente zijn. Ook aan de gezinnen van Vyacheslav Kalatajevski en Jevgeni Potolov werd bemoedigende post gestuurd.